Groep 1-2 B.. liedjes

 
muzikant1LIEDJES......muzikant2.muzikant3
Bij elk thema leren we liedjes, maar teksten zijn soms wat moeilijk te onthouden, vandaar deze ondersteuning.

De teksten en melodietjes van veel liedjes vindt u hier....

Op boer leo>s boerderij.......( als old mac Donald)
daar lopen de kippen ( koeien, schapen )
in de wei ( op een rij, zij aan zij ) hiahiaho!
  

De boer is boos, tjongejongejonge,

De boer is boos en weet je waarom,

Geitje heeft in de tuin gezeten,

Geitje heeft van de knolletjes ( sla, boerenkool, worteltjes ) gegeten,

Daarom dommedommedom...

Geitje mekmekmek,jij mag niet weg uit de wei,

Geitjemekmekmek, jij hoort bij de boerderij. 

Kip zei de boer, zei de boer, wat zie ik nou,

kip zei de boer zei de boer dat ei is blauw,

ja zei de kip, zei de kip, dat zie je nou,

het vriest en daarom ziet dat ei blauw van de kou!

 

Kip zei de boer, dat ei ziet rood,

Dat, zei de kip, komt door de haan,

ik moet steeds blozen want hij kijkt mij zo lief aan.

 

Kip zei de boer een ei van goud,

Nee zei de kip, dat hebt u mis,

het is geverfd omdat het bijna Pasen is.

Hoei, blaast de wind

1. Hoei, blaast de wind

en de molen gaat draaien.

Draaien en draaien.

De wieken gaan rond.

Rond gaan de wieken.

Ze draaien en zwaaien

hoog in de wolken

en laag bij de grond.

 

Refrein:

Voel je de wind,

de kracht van de wind?

Heb je hem mee of juist tegen?

Wat ga je vlug

met de wind in je rug!

Wind laat alles bewegen.

 

2. Hoei, blaast de wind

en de vlieger gaat hoger.

Hoger en hoger.

Wat gaat hij toch ver!

Ver gaat de vlieger.

Hij vliegt naar de wolken,

ver als een vogel

en ver als een ster.

 

Refrein

 

3. Hoei, blaast de wind.

De ballon gaat nu dansen.

Dansen en duiken.

Hij deint op en neer.

Zie hem eens rukken

en rekken en trekken.

Strak staat het touwtje.

Dat zwiept heen en weer.

 

Refrein 

In een circustent, in een circustent,
kun je komen werken als je leuke kunstjes kent,
en daar heb ik nu mijn zinnen op gezet,
dus ik oefen elke avond in m'n bed!

Waar roept men elke avond, hooggeeerd publiek,
waar dansen apen op de maat van de muziek,
waar vliegen mensen, als vogels heen en weer,
waar dansen hondjes, vrolijk met een beer?......in een circustent in een circustent.....

Waar rennen paarden vol met pluimen in het rond,
waar valt een clowntje met z'n billen op de grond,
waar staat een olifant, soms boven op zijn slurf,
waar doen ze dingen die ik helemaal niet durf?....in een circustent.....

Waar lopen mensen één voor één over een touw,
waar haalt de goochelaar, konijntjes uit zijn mouw,
waar zie je leeuwen en ook tijgers bovendien,
waar zie je dingen die nog niemand heeft gezien?...in een circustent.....

 

 

Mossie en de paardenbloem

 

A. Mossie voelt zich klein

Mossie is niet blij.

‘Ik ben alleen. Helemaal alleen.

Aan alles komt een einde.

Alles gaat voorbij.’

 

1. 'Dag kleine mus, ik ben Pad.

Wat kijk jij toch allenig?

Ik heb een goed idee:

ga met me mee.

die eindeloze wereld in.

 

(gesproken) Kom, dan lopen we samen naar dat paadje daar!'

 

‘Nee! Nee! Nee!

Ik ga niet mee.

Dat paadje houdt vast op.

Ik blijf hier.’

 

2. 'Dag kleine mus, ik ben Wurm.

Wat kijk jij toch allenig?

Ik heb een goed idee:

ga met me mee.

die eindeloze wereld in.

 

(gesproken) Kom, dan volgen we samen die tuinslang.'

 

‘Nee! Nee! Nee!

Ik ga niet mee.

Die tuinslang houdt vast op.

Ik blijf hier.’

 

3. 'Dag kleine mus, ik ben Vlieg.

Wat kijk jij toch allenig?

Ik heb een goed idee:

ga met me mee.

die eindeloze wereld in.

 

(gesproken) Kom, dan volgen we samen dat vliegertouw.'

 

‘Nee! Nee! Nee!

Ik ga niet mee.

Dat vliegertouw houdt vast op.

Ik blijf hier.’

 

4. 'Dag kleine mus, ik ben Tor.

Wat kijk jij toch allenig?

Ik heb een goed idee:

ga met me mee.

die eindeloze wereld in.

 

(gesproken) Kom, dan duiken we samen de vijver in.'

 

‘Nee! Nee! Nee!

Ik ga niet mee.

Die vijver houdt vast op.

Ik blijf hier.’

 

5. 'Dag kleine mus, ik ben Bloem.

Wat kijk jij toch allenig?

Ik heb een goed idee:

doe met me mee.

Wij zijn nu vrienden, jij en ik.'

 

B. Mossie voelt zich groot.

Mossie is weer blij.

‘Ik heb een vriend, eindelijk een vriend.

Komt hier nooit een einde aan?

Gaat dit nooit voorbij?' 

 

'k zag twee hazen, vlak voor Pasen, zitten in een weiland,
met een mandje vol met eitjes, druk aan het schilderen met z'n beidjes,
eitje hier, eitje daar,
nu zijn alle eitjes klaar!

Eerst zat je in je eitje, daarbinnen was het kaal,
toen groeide je een tijdje, krak zei toen de eierschaal,
Je stapte uit je dopje, en keek eens om je heen,
je schudde met je kopje, daar stond je nu alleen.
Je hebt een heel zacht lijfje, da's helemaal van dons,
als je wilt, dan blijf je gezellig hier bij ons!


De miertjes gaan verhuizen,daar gaan ze door het bos,
met takjes en met blaadjes en kleine stukjes mos.

De miertjes gaan verhuizen, daar gaan ze twee aan twee,
met poppen en met eitjes, ze nemen alles mee.

De miertjes gaan verhuizen, de mierenkoningin,

die kruipt als allereerste, het nieuwe huisje in.

De miertjes gaan verhuizen, hun oude mierenhoop,,
is helemaal verlaten, er staat een bord te koop!

Dag kleine kikker bij ons in de sloot, eerst was je klein, maar nu ben je groot.
Je werd als een vis uit een eiutje geboren, en toen kreeg je pootjes van achter en van voren,
je staartje verdween, het is wezenlijk waar, en toen kon je springen, want toen was je klaar.
Dag kleine kikker bij ons in de sloot, eerst was je klein, maar nu ben je groot.

En andere lenteliedjes zijn op internet zo te vinden:

Krokusbolletje,

Er liggen bolletjes in de grond,

Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien,

Een roos en een tulp en een hyacinth.

 

In ons huis hoor ik heel veel geluiden, een hond die blaft, een kraan die loopt ik hoor de bel...
soms klinkt het heel erg hard, soms klinkt het heel erg zacht, maar ik luister goed want ik wil alles horen.

(Op de wijs van "In den Haag")
In de straat daar staat een flat, met een torenkamer,
Pluk reed rond en zocht een plek, en vond een torenkamer.
Een heel mooi plekje voor zichzelf,
Een duif als vriend dat spreekt vanzelf,
appeltjes voor morgen, om Zaza te verzorgen. 

( op de wijs van opa bakkebaard )

Mevrouw Helderder, heeft een huisje, en in dat huisje is het schoon.
alles helder, alles netjes en dat vindt ze heel gewoon.
Ze maakt het schoon, met een spuitbus, met een spuitbus,
ze maakt het schoon, ze maakt het zo schoon.

( Op de wijs van Hansje Pansje kevertje)

Brom, brom, een kraanwagen,rijdt daar zo op straat,
He dat is Pluk, wat doe jij hier zo laat,
Ik zoek een woning, hier in de stad,
Roekeoe roept Dollie, is de torenkamer wat?
Pluk gaat eens kijken in de Petteflet,
Hij ziet mevrouw Helderder, Poetsen wat een pret,
Aagje, meneer Pen, en Zaza leert hij kennen,
Nou roept Pluk, 'k zal hier zeker kunnen wennen.

 

Zacheus is een kleine man die telt en telt en telt,
en iedereen die langs hem loopt betaalt hem heel veel geld.
Zacheus, zacheus,zacheus wie ben jij,
Zacheus, Zacheus, hoor je er wel bij?

Zacheus wilde Jezus zien, maar nee dat lukt hem niet.
Dan klimt Zacheus in een boom, maar nee dat lukt hem niet. Zacheus....

Als Jezus dan naar boven kijkt,zegt hij, kom er toch bij,
ik wil jouw gast zijn in jouw huis. Wat is Zacheus blij. Zacheus....

Zacheus gaat het anders doen, niet langer meer verkeerd,
hij vraagt geen geld meer maar hij geeft,hij heeft zich omgekeerd. Zacheus.....


Ik heb een brilletje al voor mijn ogen, om te zien wie er dansen mogen,
als ik jou dan heb gevonden, vraag ik : vriendje dans met mij.

Kijk hier is de bril, de bijzondere bril,
zet 'm op je neus en dan zie je 't is heus...meer, meer, meer.
Ik zie je staan, kom achter me aan, dan dansen we dansen we samen....
Vind je dat een goed idee, dans dan met me mee.
Tralalalalala, van je boempiedoempiehopsasa,
tralalalala, hotsie knotsie doe me na!

Carnaval, wat doen de mensen mal,
de juffrouw is een ezel, de meester een konijn,
vandaag is iedereen, wat-ie graag wil zijn!
Zes clowntjes spelen samen met een krokodil,
en kijk daar valt een kikker op z'n kikkerbil!
Lalalalalalalala.......................... 

Kom we maken samen, een pot-en panorkest,
de pannen worden trommeltjes en wij doen goed ons best.
We rammelen en roffelen en vinden dat heel leuk,
en na de laatste trommelslag
----
in elke pan een deuk, wat leuk, wat leuk,
in elke pan een deuk,
wat leuk, wat leuk, in elke pan een deuk! 

Een blauwe sneeuwpop

Zeg, weet je, in een groot paleis
daar loopt heel ongezond.
Van ′s morgens vroeg tot ′s avonds laat
een blote koning rond.

Hij zegt als hij naar buiten kijkt:
zeg weet wat je wat ik doe?
Hoewel het twintig graden vriest
ga ik naar buiten toe.

En zonder jas en zonder das
stapt hij dan in de kou.
Eerst wordt hij wel een beetje rood
maar daarna prachtig blauw.

En als de koningin daarna
naar buiten toe wil gaan.
Dan ziet ze - rillend op het gras
een blauwe sneeuwpop staan.

Ze snapt niet wat er is gebeurd.
Ze weet niet hoe dat kan.
Maar gilt als ze wat beter kijkt:
o jee - dat is mijn man!
 

versje

Je ligt in je wiegje te slapen, en kijk ik daar eventjes in,dan zie ik je mondje, je oogjes, je neusje, je wangen je kin.

Twee beentjes met schattige voetjes, 5 teentjes aan iedere kant. twee armpjes met piepkleine handjes, 5 vingers aan iedere kant.

En nu lig je lekker te dromen, zo lief en zo zacht en zo klein. ik kan je niet vaak genoeg zeggen, hoe blij we wel niet met je zijn!

 

Ik leer, leer, leer, elke dag wat meer,
en als het soms niet lukken wil dan vraag ik nog een keer,
wil jij me helpen, dan weet ik het weer.

Waar zijn de hoogste bergen, waar is de diepste zee, wat is een aan elkaar fiets, hoeveel is twee en twee.

Klap in beide handen, stamp hard op de grond, wiebel met je billen, draai een keer in 't rond....

Opa kent verhalen die ik graag horen wil, dus als hij gaat vertellen dan luister ik heel stil....

Ik durf jou veel te vragen, en jij ook weer aan mij, zo worden wij van vragen, steeds wijzer allebei.

 

Ik leer elke dag wat meer, ik leer wat moet fout of goed,
ik leer elke dag wat meer, ik leer wat mag, elke dag.

Oma leert me koekjes bakken, koekjes bakken leert zij mij, als je koekjes weggeeft zegt zij, maak je iemand reuzeblij.

Papa leert mij appels schillen, appels schillen leert hij mij, want door iets te delen zegt hij, maak je er een vriendje bij.

Juffrouw leert mij briefjes schrijven, woordjes schrijven leert zij mij, Schrijf en aardig briefje zegt zij, daarmee maak je iemand blij.

 

Dan zijn we blij blij blij en dat zie je ook aan mij, m'n ogen glimmen allebei, wat een geluk, ik ben zo blij!

Dan zijn we blij, allebei, het zingt van binnen in mij, hoempadoempadiedeldiedij, diedeldiedij.

 Heb je 't al gehoord? Luid de klok, luid de klok
Heb je 't al gehoord? Luid de klok, luid de klok
't Kerstfeest is nu begonnen
Steek alle kaarsjes aan
't Kindeke werd geboren
In een stal hier ver vandaan
Vrede op aarde, licht overal
Laat de trompetten schallen
Stop alle ruzies, stop al het kwaad
Even vergeten die narigheid en haat
Heb je 't al gehoord? Luid de klok, luid de klok
Heb je 't al gehoord? Luid de klok, luid de klok

Bim bam / ding dang doing / doing
Dingedange dong dong / tingelinge tingelinge
Heb je 't al gehoord? Heb je 't al gehoord
Heb je 't al gehoord? Luid de klok!

( wijs:op een grote paddenstoel )

In een heel klein kribbetje, gemaakt van stro en hout,
ligt een heel lief kindje waar iedereen van houdt.
Jozef en Maria, waren er ook bij,
Het kleine kindje lachte en iedereen was blij!

Een stal, wat stro en mos,
kindje ezel os,
Jozef en Maria,
en een engel die kan vliegen,
koningen en herders,
komen kindje wiegen.....

Kaartenlint, kaartenlint, het rode lint met kaarten,
Kaarten in een lange rij,
is er ook een kaart voor mij.

 

Kaartenlint, kaartenlint, het rode lint met kaarten, 
Kaarten met een sneeuwtapijt,
Zo raak ik mijn kaart niet kwijt.
 
Kaartenlint, kaartenlint, het rode lint met kaarten,
Kaarten met een dennenboom,
Gouden letters wonderschoon.
 
Kaartenlint, kaartenlint, het rode lint met kaarten,
Wie er al mijn kaarten leest,
Heeft een vrolijk kerstmisfeest.

Speciaal voor Sinterklaas: volg onderstaande linken: 

heel veel liedjes

langzame piet en vlugge piet 

linkerbeen-rechterbeen

pietendans

het grote boek is zoek

oh kom er eens kijken

Pakjesboot in nood

Priemelapiet

Refr.
Sinterklaas heeft prima pieten
en ze kunnen allemaal wat.
De ene dit, de ander dat.
Priemeleprimalapiet!

Kijk eens, wat een zware zakken. Vol cadeautjes, vol met pakken.
Maar wie gaat die zakken sjouwen?
De Sjouwpiet!

Refr.

Kijk eens, wat een vieze jassen, onderbroeken, petten, dassen.
Maar wie gaat die kleren wassen?
De Waspiet!

Refr.

Kijk eens, wat een nare vouwen in de broeken en de mouwen.
Maar wie gaat die kleren strijken?
De Strijkpiet!

Refr.

Kijk eens, wat een grote pannen,
messen, vorken, lepels, kannen.
Maar wie gaat het eten koken?
De Kookpiet!

Refr.

Kijk eens, wat een vieze plekken. Overal in huis zijn vlekken.
Maar wie gaat dat glimmend poetsen
De Poetspiet!

Refr.

Kijk eens, scheuren in de broeken.
Iemand moet een naald gaan zoeken.
Maar wie gaat die broeken naaien?
De Naaipiet!

Refr.

Kijk eens, Sint is heel geschrokken,
want zijn staf ligt in twee brokken.
Maar wie gaat zijn staf weer maken?
De Kluspiet!

Refr. 

 

Ik kwam toch laatst bij Sinterklaas, o, o, o
daar zag ik zoveel pieten staan, zo, zo, zo
Sinterklaas die ging op reis, de pieten raakten van de wijs,
ze den allemaal zo, ze deden allemaal zo. 

Luister eens even, wat een leven, Zwarte Piet loopt op het dak,
haalt een pakje uit zijn zak, legt het hier of legt het daar,
als je het ziet dan zeg je het maar.
Kijk voor je, kijk achter je, en wie het heeft die pakt me.

De winter kan beginnen

De tak die schudt haar blaadjes af
Het egeltje gaat slapen 
De eekhoorn rent maar in het rond 
Om nootjes op te rapen 

De ganzen vliegen samen weg 
De vlinders zijn verdwenen 
Een dikke grijze pissebed 
Kruipt weg onder de stenen 

De mieren lopen naar hun hoop 
En blijven lekker binnen 
Ee eerste sneeuwvlok dwarrelt neer 
De winter kan beginnen 

______________________________________________________________

Het is herfst en 't roze varken 
Gaat vanmiddag blaadjes harken 
Trekt zijn jas aan en begint 
Maar hij denkt niet aan de wind 
Kijk hem met zijn harkje lopen 
Hij maakt grote bladerhopen 
Maar het varken dat heeft pech 
Want de wind waait alles weg 
Daarom moet het roze varken 
Alles nog een keertje harken 
En hij hoopt maar dat de wind 
Straks niet weer opnieuw begint 

__________________________________________________________________________________

Op de wijze van "nu vaarwel"

Het is herfst
regen en wind
vallend blad
paddestoel in het gras!

________________________________

 Papegaaitje leef je nog, iadea
ja meneer ik ben er nog, iadea
ik heb m'n eten opgegeten en m'n drinken laten staan,
iadea poef!

_________________________________________

Er was eens een kastanje, zo bruin, zo glimmend en rond,
die lag heel stil te dromen, bij mij in de tuin op de grond.
Maar op een prachtige lentedag, toen kwam er zonder geluid,
een piekklein scheurtje in zijn jas, daar kwam een stengeltje uit.
Het stengeltje ging groeien, er kwamen worteltjes bij,
nu staat er dus een boompje, een boom in dat tuintje van mij! 
______________________________________________________________________

Kijk eens naar de bomen, ze zwaaien heen en weer
als de wind zo doorgaat hangt er straks geen blaadje meer,
kijk eens naar de bomen, ze buigen langzaam krom,
wanneer de wind zo doorraast valt er straks nog eentje om.
__________________________________________________________________________
 
   Paddestoelen in het gras,
   lekker stampen in een plas,
   voor het laatst met zonder jas,
   't is herfst, 't is herfst.


Ik heb een mandje vol met blaadjes,
en een doosje vol met zaadjes,
en die zaadjes en die blaadjes plak ik in........paddestoelen.... 

Ik maak een hond van al mijn nootjes,
kijk daar loopt hij op 4 pootjes,
en hij springt gewoon mijn bladermandje in........paddestoelen....

Ik maak een spin van een kastanje,
en zijn web wordt knaloranje,
en daar zet ik die kastanjespin dan in......paddestoelen.... 

Ik word later brandweerman, één die alles blussen kan,
met mijn grote brandweerslang, ben ik he-ben ik he-ben ik helemaal niet bang.

Tatu aan de kant, tatu er is brand 2x

Als dan de sirene gaat, alle mensen staan op straat,
en ik glij als een glibberaal, naar bene-naar bene-naar beneden langs die paal. Tatu.... 

Ik spuit alle mensen nat, op mijn ritje door de stad,
is dat ook niet iets voor jou, dan word jij, dan word jij, dan word jij een brandweervrouw! Tatu.....

 

 Dit is het lied van Woeste Willem

Op melodie van: De dronken zeeman

Dit is het lied van Woeste Willem (3x)
Wat doet hij het liefste?

Hee, hoo, een zeelied zingen,
samen met de zeemeerminnen
Hee, hoo, een zeelied zingen,
dat doe ik het liefste!

Dit is het lied van Woeste Willem (3x)
Wat doet hij het liefste?

Hee, hoo, lekker varen
over de wilde baren
Hee, hoo, lekker varen,
dat doe ik het liefste!

Dit is het lied van Woeste Willem (3x)
Wat doet hij het liefste?

Hee, hoo, monsters vangen
van die groene lange.
Hee, hoo monsters vangen
dat doe ik het liefste

Dit is het lied van Woeste Willem (3x)
Wat doet hij het liefste?

Hee, hoo, schatten zoeken
speuren in alle hoeken
Hee, hoo, schatten zoeken
dat doe ik het liefste!

Dit is het lied van Woeste Willem (3x)
Is hij dan nergens bang voor?

Hee, hoo, 'k ben nergens bang voor
Stoer hé..nergens bang voor
Hee, hoo, 'k ben nergens bang voor
'k ben toch Woeste Willem

Kom, dan gaan we lekker zwemmen (3x)
in 't heldere water. 

Hee- hoo, 'k moet je wat bekennen,
ik kan echt niet zwemmen
'k zal daar nooit aan wennen
ik ben bang in't water!

 DAPPER
 

(meisjes )Zie je wel hoe dapper, hoe dapper, hoe dapper, zie je wel hoe dapper, hoe dapper ik ben.
(jongens) Nou en, nou en, nou en, nou en  ik ben nog knapper, ik ben een echte kei,
               samen: want ik ben nog dapperder dan jij...

(meisjes) Ik ben dapper,
(jongens) nee ik ben voor niemand bang,
(meisjes ) fietsen met m'n handen los,
(jongens) me verstoppen in het bos,
                 samen: kan ik allemaal al lang,
(meisjes) springen in een diepe plas, 
(jongens) op m'n kop staan in het gras,
                samen:kan ik allemaal al lang! 

Ik ben Jan Klaassen en loop door het bos,ik durf best met mijn handen los,
maar komt de boef in de poppenkast, dan houd ik snel mijn vriendjes vast,
komt de politie dan snel, dan helpt die me zeker wel!

In de poppenkast kan het vrolijk zijn,
want daar woont die Jan met z'n vrouw Katrijn.
Van je tralalalala, doe die Jan eens na.

Van je hopsasa, doe Katrijn eens na.

Juffrouw Katrijntje, zat achter het gordijntje,
wat deed ze daar, ze kamde haar haar,
poetste haar tandjes , waste haar handjes,
las in een boek, maar de letters waren zoek!

Ik stond laatst voor een poppenkraam, o,o,o,...
daar zag ik zoveel poppen staan, zozozozo.
De poppenkoopman ging op reis,
de poppen raakten van de wijs, 

ze deden allemaal zo...

Ik stond laatst voor een poppenkraam,
daar zag ik zoveel poppen staan,
ik zei wadoen die poppen hier, die poppen drinken poppenbier,
die poppen drinken poppenwijn, wat zullen die poppen vrolijk zijn!

Rinkelbelletje, gordijntje open,
daar komen de poppetjes aangelopen,

spelen hun spel en zingen hun liedje,
kijken je aan met een lachend gezicht,
poppetje gezien, kastje dicht!

Goedemorgen mevrouw, goedemorgen meneer,
kunt u me vertellen, wat is het voor weer?
Regent het nu buiten,  schijnt de zon vandaag?
Of waait er harde wind. Dat is wat ik vraag.
Goedemogen mevrouw, goedemorgen meneer,
kunt u me vertellen wat is het voor weer?

Goededag meneer giraf
ik neem m'n petje voor u af
Kunt u alle appels plukken
moet u voor een vliegtuig bukken
en kunt u met zo'n nek misschien
boven in de hemel zien?
 
 
Waar roept men elke avond, hooggeëerd publiek
waar dansen apen op de maat van de muziek.
waar vliegen mensen als een vogel heen en weer,
waar dansen hondjes vrolijk, samen met een beer?
 
Waar rennen paarden vol met pluimen in het rond,
waar valt een clowntje, met zijn billen op de grond.
Waar staat een olifant soms boven op zijn slurf?
Waar doen ze dingen die ik helemaal niet durf?
 
Waar lopen mensen één voor één over een touw,
waar haalt een goochelaar konijntjes uit zijn mouw?
Waar zie je leeuwen en ook tijgers bovendien,
waar zie je dingen die nog niemand heeft gezien?
 
In een circustent, in een circustent,
daar mag je komen werken als je leuke kunstjes kent,
en daar heb ik nu mijn zinnen op gezet,
dus ik oefen elke avond in m'n bed!
 Er is een school waar beren met elkaar,
van alles kunnen leren eerlijk waar.
Ze rekenen en tekenen, of lezen een verhaal,
maar 't leukste vinden ze toch allemaal:
Taartjes eten, lekker smulen en hun buik met koekjes vullen
en een teiltje appelmoes of een een dikke slagroomsoes.
Frietjes eten, met kroketjes,
krentenbollen en kadetjes.
Dikke repen chocola of een emmertje met vla!